Een Franse connectie? De Royaerts van Bergues
Wie op Wikipedia naar "Royaerts" zoekt, stuit op een Frans-Vlaamse rederijkerskamer met diezelfde naam. Een onderzoek naar wat die kamer wel en niet met onze familie te maken heeft.
Het gebeurt af en toe. Iemand binnen de familie zoekt op de naam Royaerts, vindt een Franse Wikipedia-pagina, en stuit op een vereniging met precies die naam in de stad Bergues, in Frans-Vlaanderen. De vraag die dan opkomt is voor de hand liggend: stammen wij daar misschien van af?
Het korte antwoord is nee. Het lange antwoord is interessanter, omdat het iets laat zien over hoe makkelijk een naam twee heel verschillende dingen kan aanduiden. Of, zoals dit verhaal laat zien, zelfs drie.
Een rederijkerskamer, geen familie
Bergues, in het Nederlands Sint-Winoksbergen, lag eeuwenlang in een Nederlandstalig gebied dat nu tot Frankrijk behoort. De stad had, zoals veel steden in de Lage Landen, een rederijkerskamer: een literair-toneelkundig gezelschap dat gedichten schreef, stukken opvoerde en deelnam aan wedstrijden met kamers uit andere steden.
Deze kamer heette oorspronkelijk niet Royaerts, maar De Baptisten. Pas later kreeg ze de bijnaam Royaerts; een veelgenoemde verklaring koppelt dit aan een rood kruis (in het Frans gueules) in het wapenschild, al maakt de geraadpleegde bron dat verband niet met zoveel woorden expliciet. Zeker is wel dat de naam, in welke lezing dan ook, teruggaat op de kamer zelf en niet op een familie of een voorvader.
De overgeleverde geschiedenis van de kamer gaat over toneelwedstrijden. In 1539 nam ze deel aan het landjuweel van Gent, onder de naam “De Royaerts of Baptisten”, waar een rederijker uit Bergues de tweede prijs won. In 1786 trok de kamer naar Audenarde en behaalde daar, na een mis bij de Capucijnen, een dubbele overwinning in tragedie en komedie, met als beloning een eremedaille van het stadsbestuur. In 1830 werd de kamer ontbonden, een gevolg van de onrust rond de Belgische omwenteling.
Een negentiende-eeuwse plaat toont voor dezelfde kamer nog een ander wapen dan het exemplaar uit 1539: een geknielde figuur bij een doopvont, wat aansluit bij de oorspronkelijke naam De Baptisten, met een datering die te lezen is als 13 juni 1824. Of dit een later, officieel wapen van dezelfde kamer is of een andere weergave van hetzelfde motief, is niet vastgesteld.
Door dit alles heen komt geen enkele persoon voor met de achternaam Royaerts of Royaards. Geen geboorten, geen huwelijken, geen sterfgevallen. Het is de geschiedenis van een vereniging, niet van een geslacht.
Er is een toepasselijke ironie in dit alles. De naam Royaards is in Nederland vooral bekend geworden door een heel andere toneelman: Willem Royaards, acteur, regisseur en directeur van Het Tooneel. Dat juist de Franse link die mensen naar onze familie trekt, zelf ook weer over toneel gaat, is een aardige samenloop. Meer dan dat is het niet: twee dingen die met toneel te maken hebben, zijn daardoor niet met elkaar verbonden.
Hoe de verwarring ontstaat
Wie genealogie doet, herkent dit patroon. Een naam duikt op in een zoekresultaat, de klank klopt, en de verleiding om een verband te leggen is groot. Maar Nederland en Vlaanderen kennen tientallen rederijkerskamers met namen die op het eerste gezicht naar een familie lijken: De Egelantier in Amsterdam, De Fonteine in Gent, De Violieren in Antwerpen. Niemand zou veronderstellen dat er een geslacht Egelantier of Fonteine bestaat. Bij Royaerts ligt de valkuil net iets dichterbij, omdat de naam toevallig ook een bestaande achternaam is.
Een tweede laag van verwarring: de naam Royaerts komt, los van deze kamer, wél voor als een naamvariant binnen onze eigen familiegeschiedenis. Dat is precies waarom de twee zo makkelijk in elkaar overlopen. Maar gelijke spelling is geen gedeelde geschiedenis.
Nog een Royaerts, ditmaal in de Westhoek
Bergues blijkt niet de enige plek. Zo’n 30 kilometer verderop, in het stadje Lo (tegenwoordig Lo-Reninge), bestond een derde, geheel aparte rederijkerskamer met dezelfde naam. Ook hier geen aantoonbaar verband met onze familie.
De vroegste sporen zijn hier preciezer gedateerd, dankzij het Repertorium van rederijkerskamers in de Zuidelijke Nederlanden en Luik, 1400-1650 van Anne-Laure Van Bruaene (hoogleraar geschiedenis, UGent). De stadsrekeningen van Lo noemen vanaf 1422 opvoeringen bij de ommegang en tijdens Vastenavond. Een kamernaam wordt dan nog niet genoemd. Pas in 1443 duikt de naam voor het eerst op: de rekening spreekt van de “ghesellen van den Groenen ende den Royarts”, die 32 schellingen parisis ontvingen “te hulpen huere costen”, zonder dat vermeld staat waarvoor precies. In 1450 krijgen de Royarts, de Groenarts en een derde groep, Jonc van zinne, ieder twee kannen wijn voor hun aandeel in de Sacramentsprocessie.
Net als de kamer van Bergues nam ook de Royaerts van Lo deel aan hetzelfde landjuweel van Gent in 1539, met negentien deelnemende kamers uit Vlaanderen, Brabant en Henegouwen. Dat is een opvallend toeval. Volgens een negentiende-eeuwse geschiedenis van de Veurnse rederijkerskamers behaalde Lo daar de vierde prijs, Bergues volgens de eigen bron de tweede. Het gaat dus om twee gescheiden deelnames van twee verschillende kamers aan hetzelfde evenement, niet om een dubbele vermelding van dezelfde kamer.
De bronnen zeggen niets over de omvang van de kamer, haar leden of de teksten die zij speelde, en evenmin of de groep ononderbroken is blijven bestaan. Onduidelijk blijft vooral wanneer en waarom de naam werd uitgebreid tot “De Royaerts Fonteinisten”, de naam waaronder in Lo-Reninge vandaag nog een amateurtoneelvereniging bestaat. “Fonteinisten” verwijst vermoedelijk naar De Fonteine, de invloedrijke Gentse hoofdkamer die in 1448 officieel werd erkend, maar wanneer die twee namen samenkwamen is niet vastgesteld. De huidige vereniging kan dus niet zonder meer worden voorgesteld als een ononderbroken voortzetting van de vijftiende-eeuwse kamer: er is een lokale naamtraditie van zes eeuwen, geen bewezen ononderbroken instelling.
Voor deze familiegeschiedenis geldt hier dezelfde conclusie als bij Bergues: geen enkel bewijs van verwantschap. Wel een derde plek waar dezelfde naam op eigen kracht is ontstaan, los van de andere twee.
Wat we wél weten — met een slag om de arm
Onze eigen herkomst wordt, op basis van de tot nu toe geraadpleegde bronnen, niet in Frans-Vlaanderen gezocht maar in de Meierij van ‘s-Hertogenbosch. Volgens het Nederlands Patriciaat (jaargang 80, 1997) en de online weergave daarvan op daktari.antenna.nl is de naam Royaards ontleend aan het goed De Rooy te Waalre, met als vroegst genoemde schakel Hendrik Jan Geverts, kerkvoogd te Waalre, die rond 1574-1575 overleed.
Sinds de doorlichting van een tweede, Duits onderzoek, Roye(r)s – Ein Falknergeschlecht van Johann Royes, is dit beeld op één punt vollediger geworden. Dat onderzoek plaatst vóór Hendrik Jan Geverts nog een generatie: zijn vader Jan Geverts, geboren rond 1510 op de hoeve Ten Rode bij Waalre, landbouwer, gehuwd met Anthonia Hendriksdr. Tegelijk levert datzelfde onderzoek, samen met primaire schepenbankstukken uit 1621 en 1624, een andere naam op voor de zoon dan het Nederlands Patriciaat: waar NP spreekt van Hendrik Willem Hanssen, spreken het Royers-onderzoek en de archiefstukken van Hendrik Jan Geverts. Het gaat om dezelfde persoon en dezelfde generatie, maar twee bronnen die elkaar op de naam tegenspreken. Die vraag is nog niet opgelost.
Dit is nog altijd de best gedocumenteerde herkomstlijn die nu beschikbaar is, en geen van de gebruikte bronnen is een rechtstreeks geraadpleegde archiefakte; de keten loopt via secundaire publicaties, inclusief de plekken waar de bronnen zelf onzekerheid benoemen of elkaar tegenspreken.
Zie ook de oorsprongpagina, met de volledige stamreeks tot de zeven stamvaders.
Wat dit wel en niet bewijst
Dit weerlegt de Bergues-link én de link met de rederijkerskamer van Lo: geen van beide bronnen bevat personen, een geslacht, of enige aanwijzing voor een verband met onze familie. Het bewijst niet dat er nergens, ooit, in geen enkele aftakking een Franse connectie heeft bestaan. Dat is een claim die niemand met de huidige bronnen kan maken, in welke richting dan ook. Wat we kunnen zeggen is dit: er is geen aanwijzing die naar Bergues of Lo wijst, en er is, op basis van de tot nu toe geraadpleegde bronnen, een lijn die naar Waalre wijst, met sinds kort een generatie extra en een open vraag over een naam in diezelfde lijn.
Bronnen: ‘De Royaerts’, Wikipédia (Franse editie), rederijkerskamer Bergues. Nederlands Patriciaat, jaargang 80, 1997, p. 325-380. Anne-Laure Van Bruaene, Repertorium van rederijkerskamers in de Zuidelijke Nederlanden en Luik, 1400-1650 (DBNL), voor de kamer van Lo. Roye(r)s – Ein Falknergeschlecht, Johann Royes, p. 11 en 18, voor de aanvulling op de Waalrese lijn.