Het wapen in het Rijksmuseum: Willem Jan Roijaards van den Ham
In een gebrandschilderd raam boven de trap van de oostelijke ingang van het Rijksmuseum staat het wapen van de familie Royaards, tussen de wapens van andere schenkers. Het hoort bij een schenking van vijf schilderijen van Ferdinand Bol in 1892, die te groot bleken voor het museum zelf en daardoor elders te bewonderen zijn. Dit verhaal gaat over mr. Willem Jan Roijaards, heer van den Ham (1829-1897): jurist, politicus, boekenverzamelaar, en vermoedelijk de schakel naar die schenking.
Boven de trap van de oostelijke ingang van het Rijksmuseum in Amsterdam bevindt zich een reeks gebrandschilderde ramen met wapenschilden van schenkers en stichters van het museum. Een van die wapens is gevierendeeld: een blauw kruis op zilver in twee kwartieren, een zwart watervogeltje op goud in de andere twee, met een helmteken van een gevleugeld eendje. Op het lint eromheen staat de tekst “Familie Roijaards”. Het wapen komt overeen met het wapen van de familie, met als bron het lakzegel van Gisbertus Royaards (1750) en Nederland’s Patriciaat (1997).
Het wapen hoort bij een concrete gebeurtenis. In april 1892 schonk “de familie Royaards, Utrecht” vijf grote schilderijen van Ferdinand Bol (1616-1680), samen met een werk van Jan van Bijlert, aan de Nederlandse Staat, bestemd voor het Rijksmuseum. Dit is vastgelegd in de collectiedatabase van het Rijksmuseum (credit line “Gift of the Royaards Family, Utrecht”, verworven 1892-04) en in een artikel van Jonathan Bikker, conservator bij het Rijksmuseum: “Ferdinand Bol’s series for an Utrecht interior reconsidered,” gepubliceerd in Simiolus: Netherlands Quarterly for the History of Art (2021/2022). De schilderijen waren met een hoogte tot vier meter te groot om permanent in het museum te tonen. Vier ervan gingen in 1912 naar het Vredespaleis in Den Haag. Het vijfde, Abraham en de drie engelen (object SK-A-1577), kwam in 1992 terecht in het Noordbrabants Museum in ‘s-Hertogenbosch. De schilderijen zijn en blijven onderdeel van de Rijksmuseum-collectie, maar zijn door hun formaat nooit permanent in het museumgebouw zelf te zien geweest. De vijf werken zijn: Aeneas ontvangt een nieuwe wapenrusting van Venus (SK-A-1576), Abraham en de drie engelen (SK-A-1577), De legeraanvoerder van God verschijnt aan Jozua (SK-A-1578), Salomo ontvangt geschenken (SK-A-1579) en De dochter van de farao vindt Mozes (SK-A-1575), stuk voor stuk met de collectiedatabase-vermelding “schenking familie Royaards, 1892”.
Van het zesde werk, “Venus en Adonis” van de Utrechtse schilder Jan van Bijlert (ca. 1597/1598-1671), is een fragment bewaard gebleven. Dat is een correctie op wat hier eerder stond, toen nog gebaseerd op één blog die het werk als volledig verloren beschreef. Het oorspronkelijke doek, 396,5 × 202 cm, hing rechts van de schoorsteen aan de noordmuur van dezelfde achterkamer, en was ouder dan de Bol-reeks: geschilderd tussen 1630 en 1635, dus al zo’n dertig jaar oud toen Jacoba Lampsins rond 1660 de Bol-schilderijen liet maken. In 1934 werd het uit de wandbespanning gesneden vanwege de slechte staat; het overgebleven fragment (120,4 × 90,2 cm) toont Venus, en bevindt zich sindsdien in het Centraal Museum Utrecht (collectienummer 2551).
De herkomstgeschiedenis van dit fragment, zoals vastgelegd door het Centraal Museum en gepubliceerd op Wikimedia Commons, is uitzonderlijk goed gedocumenteerd en direct relevant voor de familie: het werk kwam in 1789 in bezit van Hermanus Royaards (1753-1825), vervolgens in 1825 bij zijn zoon Herman Johan Royaards (1794-1854) en diens vrouw Sara Maria Swellengrebel (1803-1891), Willem Jans vader en stiefmoeder. In 1892 werd het door “de erfgenamen van Sara Maria Swellengrebel” geschonken aan het Genootschap Kunstliefde in Utrecht, van waaruit het in 1918 bij het Centraal Museum terechtkwam.
De schilderijen waren oorspronkelijk gemaakt voor een privéwoning: het huis Nieuwegracht 6 in Utrecht. Volgens Bikker liet Jacoba Lampsins, een weduwe wier man Carel Martens acht jaar eerder was overleden, de reeks rond 1660-1663 door Bol schilderen voor de achterkamer van dat huis. Hoe het huis en de schilderijen tussen het overlijden van Jacoba Lampsins in 1667 en de schenking in 1892 bij de familie Royaards terechtkwamen, is niet volledig gedocumenteerd, maar er is een aanknopingspunt. Niet Willem Jan zelf, maar zijn ouders woonden aan dit adres: dat blijkt uit het verhaal over Sara Maria en Sophia Henriëtte Royaards en hun stichting, waar zij de grootouders van de twee dochters worden genoemd. Willem Jans eigen gezin woonde elders in Utrecht, aan de Plompetorengracht 9. Zijn vader Herman Johan Royaards overleed in 1854; diens tweede vrouw, Sara Maria Swellengrebel, bleef daarna op het adres wonen en overleed op 16 november 1891 in Utrecht, vijf maanden vóór de schenking van april 1892. Die timing valt op, maar bewijst op zichzelf niets: eerder in dit onderzoek is een andere kandidaat-schenker verworpen om precies deze reden, ondanks een vergelijkbaar samenvallend sterfjaar (1892). Bij Sara Maria Swellengrebel is er, anders dan bij die eerdere kandidaat, wel een concrete aanvullende aanwijzing: het huisadres zelf. Sinds de herkomstgeschiedenis van het Van Bijlert-fragment bekend is (zie hierboven), is er ook een tweede, onafhankelijk gedocumenteerd gegeven. Het Centraal Museum registreert expliciet dat “de erfgenamen van Sara Maria Swellengrebel” in 1892 een ander werk uit dezelfde kamer weggaven, aan het Genootschap Kunstliefde. Dat haar erfgenamen in datzelfde jaar kunst uit de nalatenschap verspreidden, maakt het aannemelijker dat diezelfde erfgenamen ook achter de Bol-schenking aan het Rijksmuseum zaten, al blijft ook dit een aanwijzing en geen bewijs: geen van beide schenkingen noemt een naam, en het gaat om twee verschillende ontvangende instellingen. Een document dat Willem Jan zelf, met naam, aan de schenking verbindt, is nog altijd niet gevonden. De Rijksmuseum-bronnen spreken steeds over “de familie Royaards” in algemene zin. Wie de schenking daadwerkelijk heeft geregeld, is dus niet met zekerheid vast te stellen, maar het is nu aannemelijker dat het om de erfgenamen van Sara Maria Swellengrebel als groep ging dan om één persoon.
Willem Jan Roijaards van den Ham (1829-1897)
Willem Jan werd op 1 januari 1829 in Utrecht geboren, als tweede zoon van Herman Johan Royaards (1794-1854), hoogleraar kerkgeschiedenis aan de Utrechtse universiteit en medeoprichter van het tijdschrift Archief voor Kerkelijke Geschiedenis. Herman Johan gold volgens zijn boezemvriend, de kerkhistoricus N.C. Kist, als een man die “met het goede der aarde ruim bedeeld” was, maar in zijn overvloed matig en op anderen gericht bleef. Willem Jan groeide op in een huis waar geschiedschrijving en boeken tot de dagelijkse omgeving behoorden. Of specifieke boeken uit zijn latere collectie van zijn vader afkomstig waren, is nergens gedocumenteerd. Wel is aannemelijk dat dit milieu heeft bijgedragen aan zijn latere belangstelling voor boeken.
Hij studeerde rechten in Utrecht en promoveerde in 1855. Van 1855 tot 1864 was hij advocaat. Vanaf 1861 zat hij in de Utrechtse gemeenteraad, van 1865 tot 1888 was hij wethouder van openbare werken. In 1888 werd hij lid van de Tweede Kamer voor de Liberale Unie, een functie die hij met een korte onderbreking vervulde tot zijn overlijden in 1897. Daarnaast was hij vanaf 1861 hoogheemraad en vanaf 1891 dijkgraaf van de Lekdijk Bovendams. Voor zijn optreden bij de watersnood van 1876 (dijkdoorbraken bij de Lekdijk Bovendams en in de Betuwe) ontving hij bij Koninklijk Besluit van 7 oktober 1876 een zilveren eremedaille. Wat hij daarvoor concreet heeft gedaan, is niet gedocumenteerd. In 1894 werd hij Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.
In 1856 trouwde hij in Utrecht met Jacoba Margaretha barones Taets van Amerongen, vrouwe van den Engh. Zij overleed op 28 april 1910 in Utrecht, dertien jaar na hem.
Willem Jan droeg ook de titels heer van den Ham en heer van den Engh, genoemd naar twee historische buitenplaatsen bij Vleuten, ten westen van Utrecht. In 1857 kwam de Hamtoren, een middeleeuwse ridderhofstad die in de kern uit de dertiende eeuw dateert, in zijn bezit.
Het hoofdgebouw was in de loop van de negentiende eeuw sterk vervallen; in 1871 liet Willem Jan het grootste deel slopen, op de toren zelf en een poortgebouwtje na. Die toren staat er nog steeds, aan de rand van Vleuten, en is tegenwoordig particulier bewoond.
Den Engh was een ridderhofstad ten oosten van Vleuten, voor het eerst vermeld in 1259. De laatst bekende eigenaar vóór de familie Royaards is de Utrechtse koopman Hendrik Ravee, heer van Den Engh van 1813 tot 1833; het kasteel zelf werd rond 1896-1898 gesloopt.
Geen van de geraadpleegde bronnen over Den Engh noemt de naam Royaards of Taets van Amerongen. Hoe en wanneer de titel heer van den Engh, die Willem Jan volgens de familiegegevens vanaf 1868 droeg, in zijn bezit kwam, blijft dus onbekend. Beide titels leven voort in de naam van de tak Royaards van den Ham op deze site, waarvan Willem Jan de stamvader is.
Een boekenverzamelaar
Willem Jan bouwde een omvangrijke boekencollectie op. Volgens het Repertorium van de Universiteit Utrecht ging het “presumably” om de grootste particuliere bibliotheek van Nederland in zijn tijd: 75 titelbeschrijvingen uit de periode circa 1450-1861, op het gebied van geschiedenis, recht, theologie, heraldiek, numismatiek en Rembrandt-etsen. In 1892, hetzelfde jaar als de schenking van de Bol-schilderijen, schonk hij een Delftse bijbel uit 1477 apart weg. Na zijn overlijden werd zijn bibliotheek op 17 oktober 1898 geveild bij J.L. Beijers in Utrecht, in een catalogus met 1364 nummers. Het opvallendste stuk in die veiling is een Middelnederlands bijbelhandschrift op perkament van 245 bladen, gedateerd 1322.
Zijn collectie omvatte, volgens hetzelfde Repertorium, ook getijdenboeken. Een blog over de familie noemt daarbij specifiek één getijdenboek, Utrecht ca. 1470, dat bij de Koninklijke Bibliotheek terecht zou zijn gekomen en daar tot de topstukken zou behoren. Die specifieke toeschrijving kan hier niet worden bevestigd: dezelfde blog noemt voor de veiling van zijn bibliotheek het jaar 1899, terwijl de veilingcatalogus zelf 17 oktober 1898 als datum vermeldt, wat reden geeft om ook de rest van die bron met terughoudendheid te lezen.
In november 1910 werd ook de inboedel van zijn weduwe geveild, bij Frederik Muller & Cie in Amsterdam, samen met een aantal andere nalatenschappen. Het deel dat aan haar werd toegeschreven omvatte 171 kavels: meubels, staande klokken, een grote collectie Chinees porselein, keramiek, zilverwerk, parels en diamanten, en bronzen beelden. Boeken zaten er niet bij: die waren twaalf jaar eerder al apart geveild.
De precieze schakel tussen het huis aan de Nieuwegracht, de schilderijen van Ferdinand Bol en de schenking van 1892 blijft grotendeels onopgehelderd, ook al is met de sterfdatum van Sara Maria Swellengrebel een eerste, nog onbevestigd aanknopingspunt gevonden. Vastgesteld is wel dat de schenking plaatsvond terwijl Willem Jan Roijaards, heer van den Ham, leefde, en dat de bredere familie zowel in aanzien als in bezit (boeken, kunst, huisraad) tot de vermogende Utrechtse families van die tijd behoorde. Wie de schenking daadwerkelijk regelde, is niet bekend.
Bronnen: collectiedatabase Rijksmuseum (credit line "Gift of the Royaards Family, Utrecht", 1892); Jonathan Bikker, "Ferdinand Bol's series for an Utrecht interior reconsidered," Simiolus: Netherlands Quarterly for the History of Art (2021/2022); Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek, deel 5 (1921), lemma Herman Johan Royaards, DBNL; Repertorium van de Universiteit Utrecht, collectie Roijaards van den Ham; Catalogue de la grande collection exquise de livres imprimés et manuscrits..., J.L. Beijers, Utrecht, 1898; Antiek en kunstvoorwerpen afhankelijk van de nalatenschappen..., Frederik Muller & Cie, Amsterdam, 1910 (gedigitaliseerd door de Universiteitsbibliotheek Heidelberg); parlement.com, biografie mr. W.J. Roijaards van den Ham; Nederland's Patriciaat, jaargang 80 (1997); arthistoriesroom.wordpress.com, "An ambitious widow and a room full of Bols" (2014); RKD — Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, "Portret van Jacoba Margaretha Taets van Amerongen (1829-1910)", Henry Scheffer, 1856; Wikimedia Commons, "Fragment van een wandbespanning; Venus en Adonis Centraal Museum 2551" (herkomstgegevens Centraal Museum Utrecht en RKD); Ridderschapkwartier, "De verzamelaar Royaards van den Ham" (blog, geraadpleegd met kanttekening, zie hierboven); verhaalvanutrecht.nl, "Den Ham toren in Vleuten"; P.J. van Liender, "Gezicht op het kasteel Den Ham bij Vleuten uit het noordoosten" (1750), collectie Het Utrechts Archief, publiek domein; routesinutrecht.nl, Hamtoren; Wikipedia, "Den Engh"; L.P. Serrurier, "De ridderhofstad Den Engh te Vleuten" (1731), publiek domein; Gerda Zeegers en Roel Hoekstra, '40 jaar Dames Royaards Stichting: van elitaire tot sociale emancipatie', Zeist 1986, zoals gebruikt in het verhaal Twee zusters en een stichting.