Familie Royaards
oktober 2026

Een naam uit het kraambed

De stamvader van de Sutherland-tak droeg een naam die zijn moeder hem stervend naliet.

Op 4 januari 1858 stierf op Ambon een vrouw in het kraambed. Zij heette Wilhelmina Sutherland, was 30 jaar oud en had vijf uur eerder een dochter gebaard. Kort voor haar dood had zij haar man één verzoek gedaan: dat hij haar Schotse familienaam na haar dood niet verloren zou laten gaan. Haar man, Gijsbert Royaards, beloofde het.

Niet lang daarna diende hij bij de gouverneur-generaal van Nederlands-Indië een verzoek in tot achternaamwijziging voor de twee kinderen die hij met Wilhelmina had gekregen. Dat verzoek werd in 1861 gehonoreerd. De kinderen gingen voortaan door het leven als Sutherland Royaards. Een naam uit het kraambed, gedragen door mensen die hun moeder nauwelijks of niet hadden gekend.

Een van die kinderen was Albert. Hij was geboren op 18 september 1855 op Ambon, als vroeggeboorte van zeven maanden. Zijn moeder stierf toen hij twee jaar oud was. Toch droeg hij haar naam zijn hele leven en gaf haar zo een plek in de familiegeschiedenis die zij zonder dat sterfbedverzoek nooit zou hebben gehad.

Alberts vroege jaren waren niet eenvoudig. Zijn vader keerde na de dood van Wilhelmina terug naar Java en Albert bleef achter bij een bevriende familie in Nederland. Als jongen van een jaar of acht of negen kreeg hij tyfus, gevolgd door een hersenvliesontsteking die hem volledig doof achterliet. Hij werd aangemeld bij het doofstommeninstituut in Rotterdam, waar hij leerde spreken en liplezen. De spraak die hij als kleuter had verworven, verloor hij niet. Maar bijsturing van anderen ontbrak hem voortaan.

Na zijn opleiding studeerde hij tuinbouw in Watergraafsmeer bij Amsterdam. In 1877 vestigde hij zich in Assen, waar hij een tuincentrum opzette dat hij jarenlang met succes bestuurde. In 1881 trouwde hij in Den Haag met Maria Barbe, die hij kende van het doofstommeninstituut en die, in tegenstelling tot Albert, doof geboren was. Het stel kreeg drie kinderen: Gijsbert, Carel en Albertine.

Albert was niet iemand die stilzat. Hij was bestuurslid van de dovenvereniging ‘Door Liefde Saâmgebracht’, schreef artikelen in kranten over de armoede onder dove Amsterdammers en vertegenwoordigde Nederland in 1893 op een internationaal dovencongres in Chicago. In bepaalde kringen gold hij als een groot kenner van communicatiemethoden voor doven en slechthorenden. Maar het is de fiets waarmee hij landelijke bekendheid verwierf.

Albert Sutherland Royaards met zijn fiets, 1897
Albert Sutherland Royaards, zoals afgebeeld in het ANWB-blad De Kampioen, 1897 (© Historisch Archief ANWB)

In augustus 1895 vertrok hij vanuit Amsterdam voor zijn eerste grote buitenlandse fietstocht. De fiets was toen nog een betrekkelijk nieuw vervoermiddel en Albert behoorde tot de pioniers onder de wereldfietsers. Zijn doofheid maakte die tochten in de ogen van de pers nog opmerkelijker. Kranten duidden hem aan als ‘de doofstomme wielrijder’. Zijn tweede tocht, begonnen in 1897, voerde hem door België, Frankrijk, Spanje, Noord- en Oost-Afrika, van Algiers tot Alexandrië, van Caïro naar Addis Abeba, via Syrië en Palestina tot aan Jeruzalem. Hij wilde materiaal verzamelen voor een internationale gebarenencyclopedie. Dat boek heeft hij niet kunnen voltooien.

Na zijn terugkomst werd het stil om hem heen. De kranten die hem eerder zo gretig hadden gevolgd, schreven nauwelijks meer over hem. Hij was ernstig ziek. Wat hem precies velde is niet gedocumenteerd, vermoedelijk tuberculose, de meest voorkomende doodsoorzaak in die jaren. Op 19 november 1900 overleed Albert Sutherland Royaards in Amsterdam, 45 jaar oud. Twee dagen later stond zijn naam in De Morgenpost, tussen 36 andere overledenen van die dag, zonder enige toelichting: “A.G.G. Sutherland Royaards m. 45 j.” Er verschenen geen herdenkingsartikelen.

De naam die zijn moeder had nagelaten, leefde voort in zijn drie kinderen. Maar niet lang. Zijn zoon Gijsbert overleed in 1970 in Naarden. Gijsberts jongste zoon, eveneens Albert geheten, stierf al op 16-jarige leeftijd. Zijn zoon Carel overleed in 1961 in Utrecht, kinderloos. Zijn dochter Albertine stierf in 1978 in Den Haag. Zijn kleindochter Gabrielle Justine Florine Sutherland Royaards, de laatste die de dubbele naam droeg, overleed op 12 december 1984 in Sassenheim. Met haar verdween de naam Sutherland Royaards, 126 jaar nadat een stervende vrouw op Ambon haar man had gevraagd hem te bewaren.


Bron: Wim Daniëls, ‘Het wonderbaarlijke verhaal van een stille avonturier’ (Alfabet Uitgevers, 2022)